advocatenkantoorbrouwer.nl

SOCIALE ZEKERHEID

In de relatie tussen werkgever en werknemer kunnen allerlei situaties ontstaan die vragen oproepen of voor complicaties zorgen. Met het juiste advies kunt u een arbeidsconflict doelgericht oplossen of zelfs voorkomen.

SOCIALE ZEKERHEID

Als u uw arbeidsinkomen geheel of gedeeltelijk verliest komt u al snel terecht op het vlak van het Sociaal-zekerheidsrecht. U heeft een inkomen nodig om in uw eigen levensonderhoud en wellicht het levensonderhoud van uw gezin te kunnen voorzien. U bent dan aangewezen op een uitkering. De meeste uitkeringen worden verstrekt door hetzij de gemeente, hetzij het UWV. De meest bekende uitkeringen zijn gebaseerd op de WW (Werkloosheidswet), de ZW (Ziektewet), de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), de Participatiewet (dit is de vroegere Bijstandswet) de Wlz (Wet langdurige zorg), de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).

Lang niet alles dat deze wetten willen regelen staat ook die die wetten. Er zijn tal van aparte verordeningen, beleidsregels die ook van toepassing zijn op de onderwerpen die worden geregeld in deze wetten.  Dat maakt de regelgeving met betrekking tot sociale zekerheid dan ook behoorlijk ondoorzichtig. En ik zou iemand die in negatieve zin getroffen wordt door de sociale zekerheid, bijvoorbeeld in de vorm van een afwijzing van of een korting op een uitkering adviseren om bij een afwijzende beslissing direct advies te vragen aan advocaat die gespecialiseerd is in de sociale zekerheid. De termijnen om te kunnen reageren zijn ook vrij kort en worden voor een groot deel geregeld in de Awb ( Algemene Wet Bestuursrecht).Ik druk u ook op het hart om een termijn niet ongebruikt voorbij te laten gaan. Vraag bijtijds advies aan een advocaat. Waarschijnlijk kost een eerste advies u niets en als een advocaat voor u aan de slag moet gaan door bijvoorbeeld een bezwaarschrift in te dienen tegen een negatieve beslissing, dan komt u zeer waarschijnlijk in aanmerking voor gefinancierde rechtsbijstand (pro deo advocaat). 

Voordat ik aan de slag ga, onderzoek ik eerst of een cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand (pro deo). Ik adviseer de klant hierover en hij kan dan zelf bepalen naar aanleiding van ons gesprek of hij wel dan niet met mij als advocaat verder wil.

De Werkloosheidswet ziet op een uitkering als men werkloos wordt.

De Ziektewet en de WIA geven recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als u geen recht meer heeft op loon terwijl u nog steeds arbeidsongeschikt bent. 

De algemene regel is dat als u een arbeidsovereenkomst heeft en u wordt ziek dat de werkgever het loon moet blijven doorbetalen gedurende 2 jaren van uw arbeidsongeschiktheid. Blijft u ziek dan houdt vaak de verplichting van de werkgever om loon te betalen op en bekijkt het UWV of u in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Indien u volgens het UWV na twee jaren niet meer arbeidsongeschikt, maar kunt u ook niet meer terugkeren naar uw werkgever, dan komt u doorgaans in aanmerking voor een WW-uitkering. 

De Wlz levert zorg.
U kunt in aanmerking komen voor zorg vanuit de Wlz als u vanwege een ziekte of aandoening blijvend bent aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht.

De Wmo geeft de burgers recht op een voorzieningen opdat ze redelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren in onze samenleving. Te denken valt dan aan
noodzakelijk vervoer, hulpmiddelen bijvoorbeeld een traplift, andere woningaanpassingen, huishoudelijke hulp.

De Participatiewet geeft recht op een bijstandsuitkering die door de gemeente wordt verstrekt om in uw levensonderhoud te voorzien als u geen inkomen heeft. De gemeente controleert ook of u recht heeft op een bijstandsuitkering en de gemeente kan daarin soms behoorlijk doorschieten.

VOORBEELD PROCEDURE BIJSTANDSUITKERING

Mijn cliënt ontvangt sinds een aantal jaren een uitkering, op grond van de Participatiewet.

Dan komt er een anonieme tip binnen bij de gemeente dat mijn klant naast het ontvangen van een uitkering ook inkomsten zou hebben als zogenaamde thuiskapper.

Tijdens nader onderzoek lopen de recherchemedewerkers wat heen en weer door de straat waar cliënt woont om te kijken of hen bij de woning van klant iets opvalt. En ze trekken ook wat kentekens na van auto’s die een (weer) een anonieme beller op een aantal dagen in oktober en november voor de woning van cliënt geparkeerd heeft zien staan.

De recherche gaat onverschrokken verder en plaatsen een aantal verborgen camera’s die ononderbroken opnames maken van de woning van cliënt gedurende een dag of tien.

Vervolgens staan de rechercheurs bij cliënt op de stoep voor een zogenaamd huisbezoek en ze vertellen hem dat als hij hen niet toelaat tot de woning zijn uitkering wordt beëindigd.

En naar aanleiding van deze onderzoeken besluit het College van B & W van de gemeente Wageningen dat cliënt over een kleine 8 jaren teveel bijstandsuitkering had ontvangen en zij vorderen € 47.000,- van hem terug. Er wordt door mij namens cliënt een bezwaarschrift opgesteld en de gemeente vindt dat toch niet alles bewezen kon worden. De gemeente Wageningen brengt de periode van 8 jaren terug naar 5 jaren en het bedrag van € 47.000 wordt dan teruggebracht naar € 32.000,-

De gemeente wordt in de hoorzitting tijdens het bezwaar voorgehouden dat zij het bewijs op een onrechtmatige wijze heeft verzamelend en dat zij zelf strafbaar heeft gehandeld door cliënt, zijn woning, zijn kinderen stelselmatig gedurende langere tijd heimelijk te filmen. De gemeente heeft daaraan geen boodschap. Tijdens de mondelinge behandeling wordt mij als advocaat zelfs het woord ontnomen. De vordering blijft bestaan en de gemeente geeft te kennen dat als cliënt in beroep gaat er nog veel meer dan € 32.000,- gevorderd zal worden. Het zijn gedragingen waarvan je kunt zeggen dat die een overheid onwaardig zijn. 

Client verliest de zaak gaat dus in beroep bij de rechtbank en ik sta hem daarbij weer ter zijde. De sector bestuursrecht van de rechtbank behandelt dergelijke zaken.

De rechtbank reageert vrij lauw op het beroep van cliënt. De rechtbank geeft aan dat wij maar eens op de gang moeten onderhandelen over het eventueel door cliënt terug te betalen bedrag. Die onderhandelingen lopen op niets uit.

In de uitspraak die vervolgens volgt geeft de rechtbank aan dat de gemeente haar vordering niet mag verhogen om dat cliënt in beroep is gegaan. De rechtbank vindt ook dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door cliënt en zijn kinderen heimelijk te filmen, maar de vraag of de gemeente strafbaar heeft gehandeld moet de strafrechter maar uitmaken en daarover wil de rechtbank geen oordeel geven. Naast het filmmateriaal blijft er nog genoeg bewijs over dat cliënt er stiekem heeft bijgeklust, aldus de rechtbank en dus blijft de vordering bestaan. Client verliest de zaak opnieuw.

Dat de rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter geen oordeel geeft omtrent eventueel door de gemeente gepleegde strafbare feiten, maar dat de strafrechter daarover gaat, kan ik mij wel wat bij voorstellen ware het niet dat de Officier van Justitie kennelijk vrijwel het tegendeel beweert.

Ik had namelijk namens mijn cliënt aangifte gedaan bij de Officier van Justitie in verband met naar mijn oordeel door de gemeente gepleegde strafbare feiten met verzoek de gemeente dan wel het College van B & W van de gemeente Wageningen te vervolgen.

De Officier van Justitie laat mij schriftelijk het volgende weten:

“Wat betreft uw aangifte is besloten geen nader strafrechtelijk onderzoek te verrichten, omdat er sprake is van een opsporingsmethode die heeft plaatsgevonden in het kader van een bestuursrechtelijk onderzoek en voor het geschil of met de wijze van opsporen grenzen zijn overschreden dient dan ook via de weg van het bestuursrecht een oplossing gevonden te worden. “

De Officier van Justitie wijst naar de bestuursrechter en de bestuursrechter wijst naar de strafrechter en dus wordt de gemeente niet vervolgd. 

Ik ben  zo ongeveer 35 jaren advocaat en dan krijg je ook wel een beetje een gevoel of een uitspraak wel dan niet klopt. Een gevoel op basis van kennis en ervaring. En naar mijn oordeel klopte deze uitspraak van de rechtbank niet. Dus wij in hoger beroep. Het hoger beroep dient dan bij de zogenaamde Centrale Raad van Beroep te Utrecht. De hoogste rechterlijke instantie inzake sociale zekerheid. 

De Centrale Raad komt tot de volgende beoordeling.


Terugvordering van bijstand is een voor de betrokkene belastend besluit. Dus als de gemeente terugvordert dan dient de gemeente te bewijzen dat voor terugvordering gegronde redenen zijn. 

Heimelijk filmen.

De rechtbank heeft al geoordeeld dat het heimelijk filmen onrechtmatig was en dus moet het filmmateriaal moet buiten beschouwing worden gelaten. Dus het filmmateriaal wordt door de Centrale Raad in de prullenbak gegooid.

Dan het huisbezoek.
Het huisbezoek heeft plaats gevonden zonder redelijk grond vindt de Centrale Raad. En de Centrale Raad zegt daarover het volgende.

Artikel 8, eerste lid, van het EVRM ( Europees Verdrag Voor de Rechten van de Mens) bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Als de klant van mr. Brouwer de recherche  toestemming zou hebben gegeven voor het binnentreden van zijn woning, dan zou er niets aan de hand zijn. Die toestemming moet dan wel vrijwillig zijn verleend. En cliënt kan die toestemming alleen geven als hij over alle informatie beschikt zodat hij goed kan afwegen of hij wel dan niet zijn toestemming geeft aan de gemeente om binnen te komen. Hij moet dus ook weten wat de gevolgen zijn als hij de rechercheurs niet binnen laat. Pas als de recherche een redelijke grond heeft voor het huisbezoek kan het weigeren om de recherche binnen te laten gevolgen hebben voor zijn uitkering.

En dat is in een democratische rechtstaat, zoals bestuurders ons land noemen, ook terecht. Het kan niet zo zijn dat als je een uitkering ontvangt ambtenaren willekeurig kunnen eisen om je woning in te mogen en dat als je de ambtenaren niet binnenlaat je geen uitkering meer krijgt. Dat zou chantage en machtsmisbruik zijn.

De recherche en de gemeente Wageningen vinden in dit geval al snel dat er sprake is van een redelijke grond en vertellen cliënt dat als hij hen niet binnenlaat hij geen uitkering meer krijgt. De Centrale Raad verteld de gemeente in zijn uitspraak wanneer er sprake is van een redelijke grond. De Raad formuleert dit als volgt:

“Van een dergelijke grond is sprake als voorafgaand aan het huisbezoek duidelijk is dát en op grond van welke concrete objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of volledigheid van de door betrokkene verstrekte gegevens, voor zover deze van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand en deze gegevens niet op een andere effectieve en voor betrokkene minder belastende wijze kunnen worden geverifieerd. Is sprake van een redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek, dan dient de betrokkene erop te worden gewezen dat het weigeren van toestemming gevolgen kan hebben voor de verlening van bijstand. Ontbreekt een redelijke grond, dan moet de betrokkene erop worden geattendeerd dat het weigeren van toestemming geen gevolgen heeft voor de bijstandsverlening.”

En aldus de Centrale Raad:
Een anonieme tip over de woon- en leefsituatie van een persoon is geen redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek. Dit is in het geval van mijn cliënt, die als thuiskapper zou werken, niet anders. Ook de waarnemingen en het natrekken van de kentekens leiden niet tot een andere conclusie. Bij de waarnemingen op vier verschillende dagen in oktober en op één dag in december is alleen gezien dat de auto van mijn cliënt al dan niet geparkeerd stond bij zijn huis en is twee keer een andere auto gezien, die half op de stoep geparkeerd stond bij het huis van mijn cliënt. Het natrekken van de kentekens heeft niets opgeleverd. En voor zover de gemeente niettemin twijfel bleef houden over de kappersactiviteiten van de cliënt van mr. Brouwer had de gemeente kunnen bezien of gebruik had kunnen worden gemaakt van voor minder ingrijpende onderzoeksmiddelen dan een huisbezoek.

Nu voor het huisbezoek een redelijke grond ontbrak, brengt het vereiste dat cliënt vrijwillig toestemming gaf voor het binnentreden van zijn woning van mee dat de cliënt van mr. Brouwer duidelijk moet zijn gemaakt dat het weigeren van toestemming voor het huisbezoek geen (directe) gevolgen voor de bijstandsverlening zou hebben.

Uit het door cliënt ondertekende formulier bleek dat de medewerkers van de gemeente zich hebben gelegitimeerd en het doel van het huisbezoek hebben uitgelegd. Vervolgens hebben zij hem echter meegedeeld dat bij weigering om mee te werken aan het huisbezoek zijn bijstand zou worden beëindigd. Mede op basis van deze mededeling, die in zijn geval dus niet van toepassing was, had mijn klant toestemming verleend om zijn woning te betreden. Gelet hierop was niet voldaan aan het vereiste van “vrijwillige toestemming”. Hierdoor was sprake van een niet gerechtvaardigde inbreuk op het huisrecht van de cliënt van mr. Brouwer als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM.

En aldus de Centrale Raad:
“Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 12 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BK8928) brengt een onrechtmatig huisbezoek in een geval als hier aan de orde, waarin een redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek ontbreekt, mee dat het bijstandverlenend orgaan de bevindingen van dat huisbezoek in beginsel niet mag gebruiken bij de beoordeling van het recht op bijstand van degene jegens wie dat huisbezoek onrechtmatig is. Dat betekent dat wat tijdens het huisbezoek van 16 maart  is verklaard en waargenomen buiten beschouwing dient te blijven bij de beantwoording van de vraag of appellant in de te beoordelen periode werkzaamheden als thuiskapper heeft verricht.”

Dus naast de filmbeelden gooit de Centrale Raad ook de bevindingen van de rechercheurs afgelegd tijdens het huisbezoek in de prullenbak.

Verhoor.

Na afloop van het huisbezoek is mijn cliënt op het gemeentehuis verhoord en zijn vervolgens diezelfde dag ook nog buren gehoord. Daarover zegt De Centrale Raad het volgende.

De cliënt van mr. Brouwer is bij zijn verhoor geconfronteerd met zijn tijdens het huisbezoek ongevraagd gegeven verklaring dat hij het haar knipte van zijn buren. In reactie hierop heeft cliënt bij zijn verhoor nader verklaard over de inhoud en de omvang van zijn werkzaamheden als thuiskapper, alsmede over zijn verdiensten. Nu de verklaring van cliënt van mr. Brouwer een vervolg is op en onlosmakelijk is verweven met de bevindingen van het onrechtmatig bevonden huisbezoek, kon het college in redelijkheid geen gebruik maken van de door de cliënt van mr. Brouwer in het kader van dat onderzoek op 16 maart afgelegde verklaring. Voor de verklaringen van de buren geldt hetzelfde.

Kortom ook de verklaring van mijn cliënt en die van de buren belanden in de prullenbak.

Er blijft dus geen spaan heel van het onderzoek van de gemeente Wageningen. Alle bewijzen die de gemeente zou hebben verzameld gaan bij de Centrale Raad de prullenbak in. En terecht want wellicht dat ambtenaren in Noord-Korea op basis van anonieme getuigen een huis mogen binnenvallen en geheime camera’s mogen inzetten. In Nederland willen we zo’n samenleving tot op heden niet. 

De Centrale Raad oordeelt dan ook dat de bevindingen die aan het besluit tot terugvordering van bijstand ten grondslag liggen buiten beschouwing moeten blijven. Het besluit tot terugvordering wordt vernietigd evenals de uitspraak van de rechtbank Arnhem. 

De Volkskrant kopte op 16 juni 2018 terecht:

“Geen middel wordt geschuwd bij de jacht op bijstandsfraude.”

Mocht u nou geconfronteerd worden met besluiten van de gemeente waarmee u het niet eens bent, dan kunt u mij natuurlijk bellen om te kijken of er wat aan te doen valt.